The Road not taken

Er was eens een man op weg. Een zoektocht als geen ander. Zo eentje dat het leven meer dan ontstijgt. Hij kruipt na een wild avondje op het dak om te tonen dat hij goed kan klimmen. Buizen, dakgoten, arduinen drempels,… Maar hij vergeet dat hij niet kan en nooit zal kunnen vliegen. Met een gebroken lichaam zoekt hij nu verder de weg. Sylvain Tesson is de dader en het slachtoffer of geen van de twee. Hij zet zijn avontuur verder en neemt rust en stilte nu als een natuurlijk gevolg van het lichamelijk falen. Urenlang ligt hij op de loer, wachtend op een dier dat nooit tevoorschijn komt. Herkenbaar en zalig! Of niet…

Quinn Simmons wint De Ronde

Er was eens een verre vriend die heel goed wist dat hij niet kon vliegen. Hij nam het niet zo wijze besluit om zijn kinderen te laten zien hoe hij decennia geleden en tientallen kilo’s lichter na een nachtje stappen thuiskwam, naar het balkon sprong, zich gezwind naarbovenhijsde en dan welgemutst zijn roes in bed ging uitslapen. De 100kg zware arduinen balk zat los en viel los op zijn hoofd!

Keith Haring

Er was eens een droom waarin ik kon vliegen. Echt dan! Mezelf had ik een techniek aangeleerd die niet alleen fysieke vaardigheid, maar bovenal een supramentale kracht vereiste om vanuit het bed van de grond op te stijgen en zo eenvoudig zonder armgezwaai of aangeplakte veertjes icarusgewijs boven alles en iedereen uit te zweven. Een unieke ervaring! Alleen het van de grond komen is moeilijk en soms lukte dat ook gewoon niet! Ontgoocheld werd je dan wakker, ook nog eens beseffend dat het toch maar gewoon een droom was. Vaker lukte het wel…in de droom. Bij het ontwaken probeerde ik dan gewoon terug te keren en zo fictie dichter bij realiteit te brengen. Zoals in Inception met de realiteit een loopje nemen. Nooit heb ik eraan gedacht om dat eens met de ogen open te proberen. En gelukkig maar!

In ‘De geschiedenis van het pad’ schrijft de Noor Torbjørn Ekelund het verhaal van zijn eerste wandelingen in de achtertuin van zijn grootouders. Tegelijk verweeft hij het ontstaan van paden in de geschiedenis van de mensheid en zijn eigen leven in het verhaal. Hij haalt het wereldberoemde gedicht van David Frost ‘The road not taken’ aan om het toeval van het kiezen van een weg en de gevolgen ervan te benadrukken. Hij zegt dat jarenlang het gedicht een inspiratiebron was voor avonturiers die ‘the unbeaten track’ wilden bewandelen. De drang naar het onbekende, onbegane, nieuwe!

The road not taken (David Frost)

‘Fout!’, zegt Ekelund. De keuze die de dichter wil voorschotelen gaat veeleer over de weg die je niet inslaat. The road not taken! En de drastische gevolgen die dat kan hebben. Het leven ziet er helemaal anders uit als je de andere weg inslaat. En wat heb je dan wel of net niet gemist! Zoals Sylvain en mijn verre vriend…

Oraait!

Sponsored Post Learn from the experts: Create a successful blog with our brand new courseThe WordPress.com Blog

WordPress.com is excited to announce our newest offering: a course just for beginning bloggers where you’ll learn everything you need to know about blogging from the most trusted experts in the industry. We have helped millions of blogs get up and running, we know what works, and we want you to to know everything we know. This course provides all the fundamental skills and inspiration you need to get your blog started, an interactive community forum, and content updated annually.

Glass en Glace.

Bij de grens van Malawi naar Mozambiek krijgen we nog eens het echte Afrika te zien. De immigratie meldt dat we voor een visum terug naar de ambassade in Blantyre moeten. In 2015 hoefden we zelfs geen visum en nu was ons verteld dat het aan de grens ook kon. Na wat aandringen wordt dan toch de hele procedure  opgestart alsof het om stoommachine gaat. Buiten wordt eerst de generator aangezet, dan binnen  de computer. Vijf keer worden vingerafdrukken genomen. Nog even niet vriendelijk in de lens kijken voor het fotootje en na een uur wordt het visum afgedrukt. Blijkt er vervolgens geen papier in de printer te zitten en worden na enkele pogingen de scheefgedrukte exemplaren geknipt en geplakt tot er in mijn paspoort iets staat wat op een visum moet lijken. Heel zeker zijn ze zelf niet van het resultaat en of dat wel zal volstaan om het land probleemloos door te rijden en de gebruikelijke roadblocks te passeren. Ze vragen welke route we plannen en of we die niet kunnen wijzigen. In het noorden zijn in 2016 wat schermutselingen geweest en is er een compromis uit de bus gekomen waarbij de regio een zekere mate van zelfbestuur heeft gekregen. Het komt erop neer dat als we de grens in de Tete-provincie terug oversteken, hij met een paar telefoontjes onze doorsteek wel kan veiligstellen. Rijden we verder zuidelijk de grens over in Mutare, wat eigenlijk het plan was, dan kan hij niks garanderen. Na twee uur herhaalt het hele proces zich om Chris aan een visum te helpen. Nog eens twee uur verder krijgen we te horen dat het niet gelukt is en er zelfs niks wat op een visum lijkt bijeen te knippen en te plakken valt. Uiteindelijk verplicht hij ons te beloven dat we de grens in Nyamapanda zullen overrijden. Ondertussen is de zon aan het zakken en rijden we het laatste uur in complete duisternis op een redelijke weg, maar met tegenliggers, die standaard met de grote lichten aan of slechts één schijnwerper op je af komen gereden, is het uitkijken, doodsgevaarlijk en soms zelfs blindelings rijden. De bermen zijn diep. De randen van het asfalt verhakkeld. Veiligheidshalve nestel ik me achter een vrachtwagen en hou me verscholen in het zog van deze trage kolos tot de lichtjes van Tete in de verte opdoemen. Zweten is het in  de stad die nat en vuil ligt  te rotten langs de machtige Zambesi River. Als de deur van het kamertje in het Tete Motel, waar we de nacht willes nilles gaan doorbrengen, openzwaait en de airco om negen uur s’avonds 32°C aangeeft, vragen we Sardinha, de schriele manager, vriendelijk maar met aandrang eerst het ding aan te zetten voor we beslissen hier echt de nacht door te brengen. Met één visum en plakkend nat van het zweet ploffen we op het bed, trekken we liggend de kleren van het lijf en wachten we roerloos tot een koel briesje vanuit de airco in onze richting waait en zo onze bezwete lijven droogt en traag maar zeker afkoelt. We zijn veel gewoon. Drie weken Brazzaville en vier weken Lomé worden terug levende herinneringen. Dat was pas een test voor lichaam en geest! Het enige verschil is dat we daar enkel moesten wachten  op een visum dat niet kwam.  Nu niet of  slechts half. Chris is illegaal in het land en haar achterlaten aan de grens is geen optie, hoe mooi en leuk Malawi ook is!? Samen uit, samen thuis…

image
Kamperen tussen de theeplantages in Mulanje

“I’m Glace”, zegt de mooie, vriendelijke jongedame aan de receptie van de Monkey Bay Beach Lodge. What’s in a name? We zien een oude koloniale woning, met een terras dat uitziet op de vervallen haven van Monkey Bay en een paar gestrande schepen. Boma aan de Congo-rivier gaf dezelfde aanblik, maar dit is Malawi en het meer van… . Wat riet en een paar korrels zand zeggen ons dat dit Bilharziagebied is en dus geen beach om te liggen zonnen en zwemmen. Nice to meet you too Glace or is it Grace? Yes, I’m Glace! We zijn al wel wat loadblocks gepasseerd in Malawi en hier slashen ze nog het glas met de hand langs de kant van de load. De wegen zijn overigens keurig en goed berijdbaar. “Tonight we have chicken or chambo with lice.”, voegt ze er nog vrolijk aan toe, zodat onze harten nog meer smelten voor Glace en Malawi in zijn geheel. Die avond doen we een avondwandeling door de lice-velden en naar een afgelegen vissersdorpje en drinken we als afsluiter van weer een leuke dag een koele Carlsberg met het zicht op de binnenvarende Ilala, de enige overblijvende veerboot op het meer. Het afgeleefde schip  verbindt de stadjes langs het meer en is een legende op zich. John, de gebochelde filantroop die hier vanavond laat in de lodge-met-zicht-op-de-haven met  een teveel aan bagage kwam binnengestrompeld, gaat morgen voor een week met de boot het meer rondvaren. Ian, rondtrekkende leraar engels, biedt John na het ontbijt een lift aan. Voor de gelegenheid stap ik mee in zijn huurwagen. De achterruit is dichtgeplakt met een zwarte vuilzak, de aandrijving linksvoor kraakt bij elke beweging van het stuur en bij aankomst aan de haven blijkt bovendien dat zijn rechtervoorband plat staat. John heeft zich een beetje misrekend en als we hem een minuut later op een fietstaxi door de haven zien rijden, vertrekt ook de Ilala uit de haven. Te laat! Ian en ik wandelen rustig richting aanlegkade om wat fotootjes van de uitvarende boot te nemen. Plots zien we John heftig zwaaiend in onze richting lopen roepend dat de boot alsnog terugkeert maar dat zijn bagage nog in de auto ligt. Weer 5 minuten later komt Ian met zijn verhakkelde huurwagen op de kade gereden en ligt de Ilala terug aan de kant. Vier sterke armen trekken onze filantroop de reling over en weg zijn ze. Op het bovendek staan de kapitein en enkele toeristen, daaronder bevinden zich de kajuiten. Benedendeks zitten de lokalen opeengepakt hun potje te koken.  Mr.Bean in Afrika!

image
De Ilala meert aan in Monkey Bay

In de ban van de schelp

Winterbanden worden van de velgen getrokken en vervangen door dunnere, propere graveltubes. Op een week tijd ziet de wereld er enigszins anders uit. Van barkoud naar aangenaam fris. Van witte landschappen en hardbevroren wegen naar dof groen. De eerste lekke band is een feit want de wegen liggen, na de plotse dooi, bezaaid met scherpe steentjes en restafval. De trainingen op de fiets gaan van krachtintervallen in de bossen en verzopen velden naar volume op de weg. Het intensieve van de wintertraining om de spieren op temperatuur te houden wordt vervangen door het meditatieve van de duurtraining. Op weg in de zone!

Toegegeven, het is moeilijk weerstaan aan de aantrekkingskracht van het Compostela-gebeuren. Het is zoals naar Afrika of de Costa Brava gaan. Eens de eerste stap gezet, ben je je hart eraan verloren. Hetzelfde geldt bij De Weg naar Santiago.

Elvis en Sylvain van Frituur ‘t Pleintje.

De huidige Santiagomanie concentreert zich meer en meer rond een kransje gezellige trekkers, mooi bepakt en gezakt, te voet of op twee wielen in koersoutfit, avonturiers/reizigers die het parcours en dus de weg vooral als leidraad zien. Onderweg gebruiken ze de informatie uit gidsen allerhande, slapen ze in hotelletjes, Airbnb’s, auberges, refugio’s of verblijven bij particulieren. Het is gemakkelijk, niet te duur en interessant. Gaandeweg pakken ze een bezoek aan een kerk, abdij of een historische brug of ruïne mee.

Toen we een tiental jaren geleden voor het eerst de Spaanse refugio’s aandeden, stootte dit op gemengde gevoelens. We werden dan ook een beetje lacherig ‘turegrinos’ genoemd. Pelgrim én toerist tegelijk. Voor ons geen probleem! Maar als je een auberge of refugio met de fiets binnenrijdt en de laatste bedden inpalmt, net voor een paar zwaarbepakte stappers komen binnengestrompeld?! Ongemakkelijke situatie is dat! En hoe los je dit op? Iederéén is moe!

Zoals meestal als we op rondreis zijn ergens en ook weer nergens, is er een algemeen plan of een vaag concept en dan begint de trip. Per fiets, te voet, met de 4X4 of het openbaar vervoer maakt de manier van reizen anders maar uiteindelijk is het toch gewoon een middel om onderweg te zijn en/of het evt doel te bereiken. Het ‘on the road’zijn is gewoon verslavend interessant. Mindful open en een grote dosis toeval op je laten afkomen. Serendipiteit! Verschrikkelijk woord, maar moeilijk te vertalen. Is dat de nieuwe religie, de incentive die het volgen van De Weg naar Compostela zo aantrekkelijk maakt?

Verse St.Jacobsschelp vanop de markt in Troyes

In september waren we al een dikke week met een overladen trekfiets ( waar dient al die bagage eigenlijk voor?) onderweg op de voor wandelaars bestemde Via Campaniensis. Ik krijg een déjà vu van enkele jaren geleden toen we met vrienden langs de Spaanse kust de Camino del Norte aan het volgen waren, ook met de fiets, we de ene stortbui na de andere over onze hoofden kregen en we de fietsen langs een pad dat meer en meer op een bergriviertje begon te lijken, naar boven duwden.

Het beeld van ‘dé pelgrim’ is verscheiden en moeilijk te definiëren. Toch zijn er clichés. Het archetype waaraan we ons spiegelen of oordeel op baseren, is historisch gebeiteld en is de zwaarbepakte, vermoeide, verwaaide, altijd verdwaalde of zoekende einzelganger. Het is de wandelaar die met een rugzak volgeladen met stenen en Erfzonde een aflaat heeft te verdienen en dus koste wat het kost Santiago moet bereiken, al is het op één been, kruipend de last achter zich aansleurend. Verlossing is het uiteindelijke doel!

crevaison dans les Ardennes.

We komen aan in het onthaalcentrum van Scherpenheuvel en worden ontvangen door één van de verantwoordelijken, die ons bij het zien van de stempelboekjes meldt dat het verblijf betalend is. Voor geregistreerde Pelgrims met stempelboekje is een gift (donativo) bij vertrek de regel. Toch wordt er nu een bedrag bij aankomst onderhandeld omdat teveel zogenoemde pelgrims zich een lidkaart en bijhorend stempelboekje aanschaffen om dan bij ons gratis te komen logeren, verduidelijkt hij. We zijn een beetje verrast en betalen braafjes het gevraagde bedrag. Die nacht brengen we door met ons tweetjes in een immense slaapzaal annex doucheruimte.

Zag hij iets aan ons? Voldeden we niet aan het verwachte cliché van wat een pelgrim behoort te zijn?!

We kunnen de jongeman moeilijk vertellen dat we al zwaar afgezien hebben en wel degelijk onderweg zijn naar Compostela. Na twee dagen is het moeilijk om er afgepeigerd, ongewassen of verwaaid uit te zien. De Noordelijken die langs de Via Monastica of Via Mosana passeren, zijn vaak al enkele weken onderweg en dus iets makkelijker te typeren als een échte!

Zwaarbepakte pelgrim tussen wijngaarden en Maas langs de Via Monastica.

In de charmante refuge van Château Porcien komt onverwacht, net voor zonsondergang, een prille twintiger met een rugzak die boven hem uit toornt binnengestrompeld. Hij is moe. Hij is twee weken geleden vanuit Luik vertrokken, vader van een vier maanden oude baby, en op zoek naar de weg in zijn leven. Ga ik verder of keer ik terug. En als ik verderga moet ik minder bagage meenemen en dus selectie maken in wat wel en wat niet belangrijk is. Het gaat hier duidelijk over veel meer dan alleen maar bagage, die last!

Door de Champagnestreek, een sportieve uitdaging.

Een tesla op naft

Eigenlijk waren mijn kinderjaren op het erf vooraan het huis of achteraan in de fruittuin en nog veel verder in de koeienwei de gelukkigste dagen van mijn leven, tot ik opgroeide en gelukkig werd.

Meer dan 20.000 doden en een niet te overziene menselijke schade later, lijken we nog altijd problemen te hebben met de aanpak van het probleem. Eerst raakten we niet wakker uit onze winterslaap, dan , geschrokken, kregen we de testmotor niet op gang, daarna de traceringsmotor, dan de vaccinatiemotor, dan geloven of niet terug de testmotor, traceringsmotor,… het is varen met de riemen die je hebt als je met een Tesla Paris-Dakar wil rijden en je gaat ervanuit dat het futuristische voertuig ergens in het midden van de woestijn wel kan bijgeladen worden. Desnoods tanken we een bidon naft, doen hier en daar een kleine aanpassing om het ding weer honderd km verder te krijgen. Timboektoe 1500km.

Er ontsnapt mij een grom waarvan uit het ingewand van mijn hoofd snot mijn neus indruipt. Als een volleerd flandrien snuit ik al tweewielend het slijm de graskant in. Rechter én linker neusgat! Alleen Jeroen Brouwers braakt dat soort woorden op papier. Soms sta je zo versteld van de stortvloed dat het beter is ze gewoon te kopiëren. Vaak herlees je de zinnen even om te beseffen wat daar allemaal zwart op wit staat. Verstomd begrijp je hoe simpel mooi het is.

Ondertussen regent het hier al een maand onafgebroken. Het gras verzuipt, de akkers staan blank. Op Het Nieuws blijft de weerman ons overtuigen dat het grondwaterpeil nog altijd te laag staat. De dammen rond Bulawayo lopen over, meldt men ons. Inyankuni, Higher en Lower Ncema, Umzingwane,…. daar was het echt nodig. Het laatste deftige regenseizoen dateert van vijf jaar geleden. Nu de infrastructuur wat herstellen en het water komt uit de kraan. De hele bevolking veert op als er een normaal regenseizoen is. Het is zoals de lente, de eerste zon en langere dagen ons hier in de Lage Landen uit de winterslaap trekken.

Weggeplukt uit een Griekse tragedie, belerend, demagoog uit de oude doos. Onze nieuwe minister van volksgezondheid, die in een vorig leven nog een paar miljoen biljetten smeergeld in paniek in de fik stak, volhardt nu in een overtuigd manipuleren van wat gewoon slecht nieuws is in een goednieuwsshow. Of het nu testing, tracing of vaccinatie betreft, het slechte nieuws behoort de ander toe. Wij doen het goed en op zijn minst beter dan de ons omringende landen. Ook onze experts raken coronamoe en hoe meer ze deelnemen aan het beleid, hoe minder ze zeggen. Alle neuzen wijzen in dezelfde richting. En dat is nooit een goed teken! Zen en geduld! VDB als Dalai Lama van een gegijzeld land!

Wat die experts betreft, kan ik me al onmiddellijk corrigeren. Er is altijd een moment dat de politiek zich zo flagrant politiek gedraagt, dwz niet zeggen wat er moet gezegd worden, dat de brave bollebozen het gewoon niet meer kunnen aanhoren. Uitgeput staan ze ons dan te woord om het falende beleid bij te sturen of op zijn minst de druk erop te verhogen zodat het niet te hard uit de hand loopt. De dreiging is groot en de preventieparadox speelt hen parten. Een politieker is per definitie populist of voldoende people’s manager om slecht nieuws mooi verpakken of te verzwijgen. Waarom snel handelen als er nog geen paniek is. En waarom paniek zaaien?!

Achtertuin

De geur van verbrande diesel om vijf uur in de morgen dwarrelt binnen door het kleine raam van de mansarde tweehoog in het ouderlijk huis. Het is er koud. Op winterse nachten vriest mijn dampige adem vast op het zware wollen deken dat mijn lichaam bedekt. Ik ben bang in het donker en vaak lig ik omgedraaid in bed. Mijn hoofd aan het voeteinde tot ik bijna stik! Aan de bovenkant heersen monsters en geesten. Honderden weesgegroetjes en onzevaders later belandt mijn getormenteerde zelf eindelijk in een slaap vol zoete dromen. Alles komt goed!

Ho ho ho

Het leven is te mooi om er nu al een einde aan te maken. Het is zes uur in de namiddag( 6pm) en ik heb een sterk gevoel dat het oude jaar ten einde is. Genoeg van hetzelfde en tijd voor iets nieuws.

Niks mis nochtans met het vertoeven hier in de veilige, familiale sfeer, leuk huisje- tuintje -kindjes gevoel. Eeuwig en altijd zal dit de prioriteit zijn in het leven dat we voor onszelf kozen. Het vanzelfsprekende druipt er van af, de twijfel zuigt het naar iets anders dat ook wel leuk kan zijn. Zo vanzelfsprekend dat het ook wel kan vervangen worden door iets dat nog niet van ons is. Thuis is daar waar je huis staat!

Ondertussen is het kwart voor twaalf en met een beetje goeie wil haal ik de klok van twaalf en is het 2021!

De dag was al nacht voor het middag was. Grijs, donker en een domper op wat nog komen moet of kan of zal! Het is gelukt. Het doemjaar 2020 is achter de rug.

Zo slecht was het ook weer niet! Duizenden kilometers zaten we op de fiets ons te verkijken op al dat moois dat er al lang was maar nooit bewust ons leven was binnengestapt. Nu met volle teugen, eyes wide open, lurken we de verwondering, geven we ons over aan hetgeen er altijd is geweest. Misschien verdwijnt het morgen weer.

Trop is teveel is trop

Ons broodje was gebakken! Dat dachten we toch toen we voor het eerst de thermometer in de oven naar de 200°C zagen neigen. Nu, een week later, hebben we met de hulp van twee kruiwagens gekliefd ‘stekskeshout’ op een paar uur tijd de temperatuur in de omgebouwde mazouttank opgedreven tot 220°C. Met een fatalisme dat grenst aan het ondoordachte, zoals je dat alleen in Afrikaanse landen nog vaak tegenkomt, worden de drie met zorg geknede zuurdesembroden met de schietplank op de hete vloer in de oven geschoven. Het is hier alles of niets! Met vijf vlindermoeren wordt de patrijspoort hermetisch dichtgeschroefd om driekwart uur later de gebakken broden er terug uit te halen! Hoezee, hoera, driewerf joepieee! De geur van aangebrande korsten stoomde al uit de spleten en nu de waarheid aan het licht komt, blijkt onze vrees bevestigd. Een beetje zwartgeblakerd, net niet verkoold baksel wordt uit de oven tevoorschijn getoverd. Een grondige analyse dringt zich op om in de toekomst de productie te verbeteren. Inspiratie en informatie rond het ontstaan en de ontwikkeling van natuurlijke gisting, graansoorten, bakwijzen,…worden gezocht en gevonden.

Puur esthetisch valt er weinig op aan te merken. De kleurschakeringen en barsten van de krokante buitenkant maken het plaatje aantrekkelijk genoeg om de onmiskenbare defaults te verdoezelen.Zelfs inwendig, eens de verbrande korst doorgesneden, verschijnt een op een mooi broodje gelijkende inhoud. Vast en toch luchtig! Een stukje belegen kaas erop en een traditioneel tussendoortje biedt zich aan. Zuurdesem is bovendien uitstekend voor het behoud of herstel van de darmflora.

Broodstoomketel

De marathon is gelopen! Toch kan het beter en moet de efficiëntie hoger om met regelmaat de volle afstand te overbruggen. Ondertussen regent het plots depressies en krijgt een fietser alle sportprijzen die er uit te delen zijn in een annus horribilis van ‘teveel is trop en trop is teveel’.

Trop is teveel, teveel is trop! De temperatuur stijgt naar 250°Celsius.

Het zijn de gevleugelde woorden van VDB zaliger. Miljardair in Belgische franken, worstenfabrikant en minister van Landsverdediging in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw. Hij bouwde een imperium uit met de welwillige steun van de naar bloedworsten hunkerende soldaatjes van het Belgische leger. Toen hij ontvoerd werd door Patrick Haemers en geïnsinueerd werd dat hij daar misschien zelf had toe aangezet, werd het hem teveel! ‘Trop is teveel en teveel is trop!’ , sprak Van den Boeynants toen hij bij zijn bevrijding de pers te woord stond. Haemers zelf hing zich op aan een chauffage in zijn cel zonder ook maar één woord over de betrokkenheid prijs te geven. Waar of niet waar!? Wie zal het zeggen…

Tot zover en wordt vervolgd!

,

Ovenier ovenaar

Het ene klinkt iets toegankelijker dan het andere. Het is zoals Hovenier en Hovenaar. De eerste draagt zorg voor de tuin en alles wat daarrond draait. De insecten, bloemen, vogels en planten zijn zijn leven. De Hovenaar daarentegen is bestemd, vastgelegd en bepaald in zijn bestaan. Tenzij hij verhuist uiteraard. Maar met een beetje geluk kan hij of zij fier zijn een inwoner van Hove te zijn. Één van rijkere gemeenten van België, geen KMO, … Maar net zo goed kan een foute burgemeester, een corrupte ambtenaar, vuile lucht, een storende geur, een te rijke buurman met veel auto’s, een iets te diep over de haag hangende buurvrouw, een lawaaierige straat, …het perfecte plaatje verpesten. Hovenaar genoemd worden is dan ondraaglijk! Het is vergelijkbaar met ons Belg zijn!

Hovenier en Hovenaar

Ovenier wordt men niet zomaar. Het vraagt een mindset, een visie om een doel te bereiken dat aanvankelijk onbereikbaar lijkt. De Warme Bakker om de hoek werkt dag en nacht om zo snel mogelijk ‘binnen’ te zijn. Rijk genoeg om in een strandstoel op het strand van Benidorm te gaan liggen. Voor de rest van zijn leven! Hij gaat s’morgens pistoletjes halen bij de Belgische bakker op de Calle Gasos, rijdt na het overheerlijk ontbijt naar de Belgische kapper van Spaanse origine op de Plaza Major, drinkt dan zo rond den elven een aperitief met zijn vrouw in het Belgisch café op de Avenida Christina, luncht bij zijn Belgische vriend in Den Anker op de corniche, waarna de siësta een rustpauze geeft aan maag en darmen om tegen zonsondergang met enkele Belgische vrienden verder weg te zakken met een Belgisch biertje in de hand. Daarna gaat het strompelend richting Belgische matras! Het avondeten is voor morgen. Uren tellen hier niet. De dag is lang, de nacht nog langer!

Hovenaar in termen van ‘eigenaar van een hof’

Ovenaar klinkt als de bezitter van een oven. ‘Ik ben eigenaar van een oven! Zeg dus gewoon ‘ovenaar’ tegen mij!’ Geef mij dan toch maar de romantische, zorgzame ovenier, die urenlang blokken hout op het vuur gooit om dan geduldig de temperatuur te zien stijgen tot de uiteindelijke bakhitte bereikt is.

Vandaag is de tweede testdag. Na het uitproberen van de pizzaoven, met succes overigens, is het nu de beurt aan de broodoven. Het ultieme doel van wat begon bij een oude mazouttank, is vloerekes bakken in een houtgebrande oven. Het is de overtreffende trap van een pizza op een hete stenen vloer gooien.

De transitie van hovenier naar ovenier

Om elf uur wijst de nieuwe, door DHL geleverde thermometer, bimetaalgestuurd ongeveer 0°C aan. Lager kan het ding niet. Het is er niet voor gemaakt. De extreemste warmte, of beter hitte, die geregistreerd kan worden door deze blinkende schijf met naald is 500°C. We leggen zorgvuldig, met koude,trillende handen, een paar twijgen op mekaar en maken het vuur aan. Algauw wijst de nieuwe wijzer 20° C aan. Het ding werkt!

Een uur of twee later zitten we aan 40°C. We schakelen bij en gooien nu meer en meer hout op het vuur. 60°-80°! Een kuub hout en zes uur verder naderen we de mythische drempel van 100°C. Kunnen de oven en de tank dit aan?! Ontploft het logge ding zodadelijk in ons gezicht! Om halfweg te vieren openen we alleszins al een flesje ijskoude Cava. Het is makkelijker om dit heerlijke vocht koud te houden bij een buitentemperatuur van rond het vriespunt, dan de oven inwendig op te warmen tot boven de 200°C. Een paar ton vuurvaste stenen vullen een roestige tank van millimetersdik staal tot boven. Die massa opwarmen vraagt tijd. Veel tijd en vooral hout! Ecologische broodjes? Nog een beetje bijvullen en dan een pauze inlassen. Een uur of wat later, de tank staat langs alle kanten stoom en rook uit te hoesten, zijn we aan 160°C. De hitte is ondraaglijk. Maar de test is geslaagd, concluderen we. Een marathon van 42km train je ook trapsgewijs. Eens de 30km gehaald, weet je dat de volle afstand binnen bereik ligt.

Verse vloerekes…die zijn voor zondag! Dan wordt beslist of het hier gaat om een fiere ovenier of toch maar een ovenaar.

Vloerekes

Een gat is snel gevuld, verzekert onze ’ Amerikaanse’ vriend ons bij een dinertje in The Smokehouse. Het is één van de hipste bars in Bulawayo en serveert, prijs-kwaliteit in acht genomen, het beste eten van de wereld! Een Lazy Aged Matabele Steak(vrij vert. een stuk vlees van een oude koe uit de savanne hier rond de stad) is te vergelijken met een gerijpte Wagyu bij De Schone van Boscoop of een Angus-Piemonte van bij de Slappe Uier, maar dan wel veel veel beter. De Brahman Stud is een kruising tussen een Indische stier en een Britse koe, kan tegen droge, warme omstandigheden, eet taai gras en dorre blaadjes van struiken en heeft een hectare leefruimte voor zich alleen. Extensieve veeteelt noemen ze dat. Wat een luxe!

Amerikaans is niet helemaal correct, want, zoals ik al eerder meldde, zou het net zo goed Zimbabweaans, Israëlisch, Brits en binnenkort misschien zelfs Italiaans of Portugees kunnen zijn, wat de nationaliteit van die vriend betreft. Hij zit nu ‘Confieso que he vivida’ Van Pablo Neruda te lezen op exact dezelfde locatie waar ‘Il Postino’ gedraaid werd. Zoals hij denkt, ben je nooit honderd procent zeker waar je leven je brengt. En, zoals wij braafjes doen, niet-resident blijven en maandelijks het paspoort laten afstempelen bij immigratie en driemaandelijks de auto buitenrijden om te bewijzen dat je wel degelijk rondreist en niet definitief in Zimbabwe resideert, is niet altijd de makkelijkste optie.

Nu er door de eeuwigdurende lockdown of een semi-met-maatregelen -die- nergens-op-slaan, veel tijd vrijkomt en nieuwe plannen worden gemaakt voor projectjes allerhande…een gat is snel gevuld nl., zijn we een oude liefde terug uit de kast gaan halen. Bakken en braden! Brood bakken in een houtoven en vlees braden op de grill. Het wordt stilaan kouder en de buitenvuurtjes zorgen voor de nodige warmte in deze bizar barre, donkere tijden van sociale isolatie, coronamoeheid , wandelmanie en bezigheidstherapie.

Eerste pizza uit de oven

Recht van bij de boer: stro voor de kippen en de schaapjes en in één moeite nemen we een oude mazouttank mee op de aanhangwagen. We slijpen de ene zijde eraf voor een vuurschaal/barbecue. Het andere deel is twee meter lang en roestig. De prijs van ijzer schommelt rond de 20Cent per kilo, dus eigenlijk niks! Andere ideëen dringen zich op, want weggooien zou gewoon zonde zijn. Twee schalen kan ook zoals vroeger. Eentje laag tegen de grond om de voeten op te warmen, de andere op tooghoogte om de handen te warmen. Twintig jaar lang hebben ze feestjes en apero’s versierd bij familie, buren, vrienden. Andere tijden, andere prioriteiten. Een pizzaoven is IN en zelfs Dunaldi geeft ze gratis bij aankoop van een zak bloem en twee blikken tomatenpuree. Dat moet beter kunnen! Na veel overleg en wat denkwerk beginnen we te slijpen, hameren en boren en ontstaat er een open vuur/pizzaoven/broodoven uit de roestige tank. Het geheel wordt voorzien van enkele patrijspoorten, een dubbele bodem en nadien opgevuld met 400 vuurvaste stenen als isolatie. Ons broodje is gebakken!

Marokkaanse platte broden. The best!

Fedexpiry date

Van Jagter tot Wildbeschermer, is een boekje dat me werd aangeraden door een goeie ‘Amerikaanse’ vriend. Alhoewel, wat zijn nationaliteiten betreft, is er een keuze tussen de Britse, Israëlische, Zimbabweaanse en misschien binnenkort ook de Italiaanse. Wereldburger en filantroop! Een goeie vriend gewoon!

Heyman Rd

Paul Jones is ook een Amerikaan en tevens wilde weldoener. Hij kocht hier in het zuidoosten van zimbabwe een enorme lap grond en maakte er zijn privé wildpark van. Hij kocht 100 neushoorns en zette ze uit in wat lijkt op een klein jurassic park. Paul heeft net als Jones een verleden op Wallstreet. Het geld dat hij daar verdiende investeert hij nu in de bescherming van deze uiterst bedreigde diersoort. Dag en nacht worden ze bewaakt. Het zijn dan ook heel kostbare dieren! En daar wringt het schoentje. Neushoornpoeder is voor de Chinese mannelijkheid, wat de kaviaar en de truffel is voor de Vlaamse industrieel. Ondertussen kweken die beestjes als konijnen en zitten er al zo’n driehonderd in zijn privétuin met aanpalende luxe resort waar klanten van over de hele wereld worden ingevlogen. Ongeveer gelijktijdig wordt er in zuidelijk Afrika zwaar gelobbyd met corrupte politici en ambtenaren om ‘legaal’ de afgezaagde hoorn te kunnen vermalen en verkopen. Hun opslagplaatsen puilen ondertussen uit en zijn een potentiële rijkdom waar de geldstromen van Wallstreet bij verbleken.

Op de terugvlucht vanuit Bulawayo komen we weerom enkele Amerikanen tegen. Dit keer lopen ze verkleed in een camouflagepak. In een soortig Engels met een zwaar Texaans accent zitten ze tegen mekaar op te scheppen over hun voorbije reis in Zimbabwe. De oudere van de twee slaat nonchalant zijn iPhone open en scrollt langs de herinneringen van wat blijkbaar een heel boeiende reis moet geweest zijn. Tussen de rugleuningen van de zetels voor mij zie ik de ene gruwelijke na de volgende nog wansmakelijkere foto passeren. Het stel, vader en zoon zo blijkt, gehurkt achter een geschoten zebra, zittend naast een zeldzame, doodgeschoten eland, liggend in een vermoorde krokodil,… Kotsmisselijk word ik ervan en vooral de arrogantie waarmee dit ‘en public’ wordt gedeeld?! Walgelijk!

Schoon chacoche

Het boekje, Van Jagter tot Wildliefhebber, is al een halve wereld door FedEx rondgevoerd en ligt ondertussen, twee weken later, nog altijd netjes ingepakt bij de douane in Harare. Er moet een waarde op gezet worden en de invoertaksen dienen berekend. Ik stap binnen bij het FedEx office op Takawira Av. in Bulawayo City Centre, geef hen de tracking code en krijg even later te horen dat een schatting niet zo éénvoudig is en er een specialist ter zake werd aangesteld om de papperasserij errond af te handelen. Het boek wordt geschat op $5, de touwen, die bestemd zijn voor Ron de garagist, rond de $100 en zijn ereloon op $20. Na vijf bezoeken en evenveel afwijzingen, vertel ik hen dat de Fedexpiry Date bereikt is en ze het exemplaar mogen houden of …

Geloven of niet! Een maand later( Feb.2020) krijg ik bericht uit België dat het boekje daar is afgeleverd en via een omweg zijn eindbestemming dan toch bereikt heeft. Je zou voor minder gewoon het geweer uit de kast halen en terug jager worden. Nu wij nog in België geraken en het lezen kan eindelijk beginnen.

ZAfrikaans voor beginners

De Morris Minor staat al zes maanden in de garage met een platte batterij en een haperende benzinepomp. Als de auto tien minuten draait, slaat het pompje tilt door de hitte en vervolgens vergast de benzine waardoor het 900CC motortje zich verslikt en we naast de weg even moeten afkoelen, of was het afwarmen, voor we onze weg kunnen verderzetten. Niet heel handig en ook niet goed voor het vertrouwen in deze oldtimer uit 1964. We bestellen een originele pomp bij Charles Ware’s Morris Minor Centre aan de overkant van het Kanaal en hopen dat de Brexit nog even op zich laat wachten. Want ook hier kunnen hindernissen opgeworpen worden door douane of andere instanties. België en andere westerse landen beginnen meer en meer te lijken op een doorsnee Afrikaans land. Kafka in beleid en administratie zorgen voor ongeziene taferelen in tijden van Corona, waarbij het achterblijven van een tweedehands boek of een benzinepomp klein bier is!

Morris Minor Van 1964 model

Boskiekes

Het is weer de tijd van het jaar dat duizenden fazanten worden uitgezet in de bossen rondom. Af en toe, steeds meer, komen er enkele in de tuin binnengevlogen om zich te verstoppen tussen onze kiekens en zich zo te goed te doen aan de speciale mix kippenvoer.

In de ‘vrije’ natuur ziet het leven van deze boskiekes er heel anders uit. Net verlost van de ren, worden ze opgejaagd door honden en kloppers om, eens ze de vleugels strekken, met een lading lood tussen de ribben enkele meters verder dood terug op de grond neer te ploffen. Vrijheid kan verraderlijk zijn. Trouwens, nu de Covid19-maatregelen terug verstrengd en de restaurants voor de tweede maal gesloten zijn, worden de kapotgeschoten karkassen vrij zeker tot kippenworst gemalen of belanden ze gewoon terug bij de supermix kippenvoer om de volgende generatie jachtvertier groot te brengen.

Niet alleen de kippen moeten in hun kot blijven!

De Gallus Gallus Domesticus is van oorsprong familie van de fazanten, maar lijkt in de verste verte niet meer op zijn soortgenoten. Maar met veel geduld, na lang proberen en met de hulp van nog aanwezige genen, is evolutie zichtbaar. Neem nu onze kippen thuis in de tuin. Na generaties zijn ze geëvolueerd tot een soort dat beter vliegt dan de doorsnee fazant en hoog in de bomen slaapt tussen eksters en bosduiven. De hanen kraaien erop los en de hennen leggen eieren in struiken alsof het hele jaar door Pasen gevierd wordt.Ze broeden de stenen uit de grond en leiden een leven als God in Frankrijk. Daar botst de evolutie van de Domesticus met een ondertussen geëvolueerde maatschappij. Het fenomeen is nl. een doorn in het oog van enkele buren die hun moestuin zien omgewoeld, hun nachtrust krijgen verstoord en van het principe zijn dat een kip in een hok hoort en scharrelt in een modderig, armtierig rennetje. Eieren koop je in de supermarkt, toch?! Het huisalarm van de buren of loeiende sirenes in tijden van Corona zijn meer vertrouwde geluiden dan het gekukeleku of de cocorico van een haan vroeg in de ochtend.

De Haan op stelten

De jacht is geopend! Fazanten, patrijzen, herten, vossen, everzwijnen en sinds kort de wolf, een supertrofee om in jagerskringen wereldwijd mee uit te pakken…zijn kop opgezet aan de muur boven de open haard.

Ondertussen zijn de beruchte hanen gevangen, gevild of gepluimd en hebben de kippen, geknipt, een nieuw onderkomen gevonden. En wij…?!

Wij beginnen gewoon van begin af aan. Dertig jaar evolutie uitgewist en terug een batterijkip, steriel en met gebrande vleugels in een bakje stro, volgemest met legmeel om hopelijk, als de dagen terug langer worden, elke dag op de aangewezen plaats, een ei te lossen. Want dat is het…laden en lossen…

…wat de jagers doen als ontspanning, overstressed van hun job, lijdend aan een chronische insomnia veroorzaakt door de vreemdste geluiden in hun hoofd.

Jagen om te eten in Gabon

‘Ik moet de frietjes wat laten afwarmen!, zegt Ferron overtuigd als hij een jong haantje uit de tuin bruingebakken tussen knapperige, goudgele frieten op zijn bord ziet liggen. ‘ Voor ik ze kan opeten, moeten ze eerst afwarmen’, herhaalt hij doodernstig. Op-en afwarmen, af-en opkoelen… Leve de vrijheid in het brein van een zesjarige!

Een fazant vliegt net van de grond op omhoog over de bomen rondom. Hij kraait erop los, kan zijn pret niet op, want hier zit hij veilig en vertrouwd. De buurman is weipalen met een stalen hamer in de grond aan’t kloppen, denk ik telkens een fazant zich in onze tuin verstopt en ‘kraait’. De laatste wilde kippen worden gevangen. Voor de jacht begon waren ze nog met meer dan dertig, waarvan minstens vier volwassen hanen. De laats wilde Galliërs zijn nu nog met tien. Een kip met zes ééndagskuikens is in de fuik gelopen om wat graantjes te pikken en haar kleintjes te voeren. De val sluit zich en we bereiden ons voor om ze in een kleiner net te vangen. Ze verweert zich en slaat wild met de vleugels om zich heen, luid kakelend.

Barkrukken voor hanen bij de warme bakker

Fazanten met kuikens die zich bedreigd voelen, vliegen op terwijl hun offspring zich kriskras tussen struiken en gras verspreidt en verschuilt. Een moederkip daarentegen begint te ‘kloeken’ en lokt haar kuikens ter bescherming onder de vleugels en zal ze daar verdedigen op leven en dood.

Als we de gevangen kloek benaderen lopen de kuikens in alle richtingen door de gaten van de kippendraad en verstoppen zich in het opgestapelde hout en het hoge gras, net zoals hun wilde soortgenoten dat doen. In geen tijd zijn ze allemaal verdwenen en niet meer te vinden. De kip zetten we veiligheidshalve in een doos in de ren en we wachten geduldig. Minutenlang gebeurt er niets. Wij verschuilen ons achter een boom en wachten. De kloek-in-de-doos is zich van geen kwaad bewust en begint de kuikens naar zich toe te lokken. Één voor één zien we ze uit hun schuilplaats tevoorschijn komen. Vanuit alle richtingen duiken ze op en snellen ze naar hun moeder toe. Alive and kicking worden ze even later gekortwiekt maar verder ongeschonden bij een opvanggezin geplaatst, een nieuw leven tegemoet.

En toen waren ze nog met vier!

Langs de bubbelweg

Met onze bubbel van twee proberen we een tweede keer in tijden van Covid19 de weg naar Compostela te volgen. Nu met de fiets. Andere ongemakken, maar het vordert nu éénmaal sneller op twee wielen. Zoveel nu ook weer niet, want met een zwaardere trekfiets en meer dan twintig kilo bagage, val je als een baksteen de berg af maar sta je vrijwel stil zo gauw er moet geklommen worden. En dat is nu net wat de Ardennen en de Champagnestreek ons te bieden hebben.

We volgen de wandelroute langs de Via Campaniensis en worden dus regelmatig verplicht de velo omhoog te duwen op te smalle boswegen. Hard labeur is het! No Sweat, No Glory…De schelpjes sturen ons maar laten het ook regelmatig afweten waardoor we enkele keren in de uitgestrekte, donkere bossen hopeloos verloren lopen. Noodgedwongen oriënteren we ons op hoogtelijnen en de stand van de zon. Alle wegen leiden naar Compostela en uiteindelijk bereiken we telkens het vooropgestelde doel. Een kerktoren zie je van ver en staat meestal op een bobbel in het landschap dicht bij God.

Langs de Via Campaniensis…miniatuurstempel

Poging 1 begon in juni. De lockdown was nog volop aan de gang en de grenzen met het buitenland gesloten, dus we vertrokken met stevig schoeisel en lichtbepakt langs de Via Monastica. We zouden wel zien waar het schip strandt. En dat gebeurde ook aan de grens met Frankrijk net voor Givet. Door Corona waren alle gastenverblijven in de abdijen gesloten en ook slapen bij particulieren was uitgesloten omdat deze laatsten meestal tot de risicogroep behoren.

Nu slapen we de eerste nacht in de Abdij van Averbode. Prachtig, sfeervol, gastvrij en de paters zijn blij terug mensen te kunnen ontvangen. Ondanks de beperkingen blijft het een unieke ervaring. Zelfs de vespers op afstand volgen en met verplicht masker blijft een unieke ervaring in een wondermooi kader.

De spiegelvijver voor de hoofdingang van de Abdij van Averbode.

De voorbereiding laat ook nu te wensen over. We vernemen net dat de terugvlucht naar Afrika is afgelast en we dus gedwongen worden de winter in het door Corona besmette België door te brengen. Er zijn ergere problemen op deze aardbol.

In een mum van tijd zoeken we fietsen, pakken ze, nemen de stempelboekjes uit de kast en vertrekken met de Compostela-gidsen die aansluiten op de Via Monastica richting Maas. Dat we zwaarbeladen zijn en ook nog een tent, matrasjes, slaapzakken en een klein kookpitje meesleuren, maakt het geheel net iets avontuurlijker. Het geeft ons ook een alternatief in deze donkere tijden en compenseert de korte voorbereiding. Van de Via Monastica leidt de Via Campaniensis vanaf vestingstadje Rocroi ons verder door de Ardennen de Champagnestreek in. Reims, Troyes,…pareltjes van kathedralen en middeleeuwse stadskernen.

De kathedraal van Troyes in etc middeleeuwse stadscentrum.

Het is droog en warm. De herfst en de winter zijn ver weg! We banen ons een weg over veldwegen, duwen de fietsen omhoog over steile bospaden en lopen hopeloos verloren op nauwelijks of niet bewegwijzerde jachtwegen.

Langs de Via Campaniensis…waar zijn de schelpjes?

Overnachtingsplaatsen zoeken blijft een ingewikkelde bezigheid. Meestal worden we afgewezen, maar de enkele herbergen, gîtes of zelfs particulieren die ons een bed geven voor de nacht, zijn zo gastvrij, warm en blij pelgrims te kunnen ontvangen, dat we algauw benieuwd zijn naar de volgende gastvrouw of-heer. Elk nadeel heb zijn voordeel, zou Cruyff zeggen. Een enkele keer zetten we de tent langs een uitgedroogd ven in Zoutleeuw en langs de Maas op camping Castel Moisan net voor Givet.

Lekker warm rond het vuurtje op de paalkampeerplaats in Zoutleeuw. Links ziet u de wasplaats.

Eens de Ardeense bossen uit, waan je jezelf op de Strade Bianche in Toscane. Witte wegen glooien tussen uitgestrekte, geoogste korenvelden, uitgedroogde maïsstengels en door naar solfer ruikende wijngaarden. Met reuzetractoren worden uien en aardappelen geoogst en in immense containers binnengehaald en gesorteerd. Vrouwenarbeid zo blijkt! Mannen zitten achter het stuur drie meter hoog in hun lawaaierige monsters en maken vooral veel stof!

En toen kwam storm Odette…

Lotgevallen over een reis van Hove naar Bulawayo.

<span>%d</span> bloggers liken dit: